4-110

4-110

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 28 JANVIER 2010 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Louis Ide au ministre de la Justice sur «le financement des projets proposant des mesures judiciaires alternatives aux toxicomanes» (nº 4-1410)

M. le président. - M. Melchior Wathelet, secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales, répondra.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Vorige week luidde de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) de alarmbel omdat er nog altijd geen structurele financiering is voor projecten die reeds dertien jaar erkend zijn. De projecten Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen (AGM) voor drugsgebruikers werden dertien jaar geleden door de huidige minister erkend. Het was de bedoeling de gevangenissen te ontlasten. Die kregen toen al met overbevolking te maken. Het was ook de bedoeling om via drugsbegeleiding gedetineerden terug op het rechte pad te krijgen.

Volgens Dirk Vandevelde, directeur van De Kiem, is het doel van deze projecten ruimschoots bereikt. De drugsgerelateerde misdrijven dalen, maar ook de gewelds- en vermogensdelicten nemen af. Ook op persoonlijk vlak verbetert de situatie van de drugsgebruiker door de verbetering van de familiale relaties en het terugdringen van het drugsgebruik.

Toch zijn er problemen met de financiering van de projecten, waardoor bij bepaalde organisaties het water aan de lippen staat. De jongste tien jaar zijn de werkingsmiddelen niet meer toegenomen, terwijl de loonkosten gestegen zijn. De VAD vreest niet meer te kunnen instaan voor de begeleiding van 1500 personen als er in 2010 geen structurele oplossing komt.

Waarom werd de projectfinanciering nog niet omgezet in structurele middelen als de resultaten positief zijn?

Zou het niet beter zijn de hulpverleningsorganisaties rechtstreeks te financieren en niet via steden en gemeenten?

Wat is de visie van de minister op de drugsproblematiek in ons gevangeniswezen?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen. - Ik lees het antwoord van minister De Clerck.

Justitie financiert inderdaad reeds vanaf 1996 diverse projecten die een specifiek aanbod hebben voor drugsgebruikers aan wie een alternatieve maatregel wordt voorgesteld in het kader van een bemiddeling in strafzaken, een vrijheid onder voorwaarden of een probatiemaatregel.

Die subsidiëring gebeurt in het kader van het zogenaamde Globaal Plan, waardoor lokale overheden extra personeel kunnen in dienst nemen voor de omkadering van dergelijke maatregelen. Die personeelsleden kunnen ofwel in die lokale overheid zelf worden tewerkgesteld ofwel ter beschikking worden gesteld van een lokale vereniging die hierin een zekere ervaring heeft. De financiering gebeurt via het veiligheidsfonds dat wordt beheerd door de minister van Binnenlandse Zaken, maar waarop de minister van Justitie deels aanspraak kan maken voor de financiering van die projecten.

De minister van Justitie heeft al eerder aangekondigd dat dit subsidiesysteem grondig moet worden hervormd. Er moet een transparante, hedendaagse en uniforme subsidieregeling worden uitgewerkt. Die moet tegemoetkomen aan de hedendaagse noden en behoeften, die niet dezelfde zijn als 15 jaren geleden. De nieuwe subsidieregeling wordt momenteel intensief voorbereid. Verschillende sporen worden daarbij verkend.

Het probleem met de financiering van de drugshulpverlening ligt echter dieper. De projecten voor drugsgebruikers die Justitie subsidieert, zijn meestal ingebed in grotere drugshulpverleningsorganisaties die ook via andere kanalen en door andere overheden worden gefinancierd. Hiermee komen we tot de kern van het probleem: de versnippering van de financiering van de drugshulpverlening voor het justitiecliënteel. Dat probleem vergt een structurele oplossing die enkel in overleg met andere overheden kan worden gevonden. Ook die hebben hierin een verantwoordelijkheid: ze moeten hun beleid op elkaar afstemmen om de inhoudelijke werking van dergelijke projecten veilig te stellen.

De minister van Justitie deelt dus volledig de vraag naar een structurele oplossing zoals die onder meer wordt bepleit door de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen.

In dat verband werd afgelopen maandag een belangrijke stap gedaan met de installatie van een Interministeriële Conferentie Drugs. Hieraan participeren alle betrokken overheden, onder voorzitterschap van de minister van Volksgezondheid. De Conferentie heeft onder meer kennis genomen van een ontwerp van knelpuntennota en een ontwerp van inventaris van de bestaande diensten voor drugshulpverlening. Beide ontwerpen zullen verder geanalyseerd worden binnen de Algemene Cel Drugsbeleid. Dat moet leiden tot concrete voorstellen van een structurele oplossing voor de problematiek.

Voor de eerste maal wordt hierover dus fundamenteel overleg gepleegd met alle bevoegde overheden. Enkel een dergelijke diepgaande oplossing kan een garantie op langere termijn zijn voor een degelijke ondersteuning van de sector en een vlotte doorstroming van justitiecliënteel naar de hulpverlening.

Inzake de drugsproblematiek in de gevangenissen wordt zowel een reactief als een proactief beleid gevoerd.

Het uitgangspunt is de nultolerantie. Iedere vondst van drugs of verboden producten, zowel bij gedetineerden of bezoekers, wordt aangegeven bij het parket, en wordt ook disciplinair gesanctioneerd. Daarnaast zijn er op systematische wijze fouilleringen van gedetineerden na het bezoek en celcontroles. Regelmatig worden controles met drugshonden georganiseerd in samenwerking met de politie.

Begin 2009 werden twee rondzendbrieven uitgevaardigd met betrekking tot het vervolgingsbeleid betreffende inbreuken op de drugswetgeving die worden gepleegd aan de ingang en binnen de penitentiaire inrichtingen. Zo is er enerzijds de richtlijn van het College van procureurs-generaal van 15 januari 2009 gericht aan de parketten, en anderzijds de ministeriële rondzendbrief van 6 februari 2009 gericht aan de gevangenisdirecteurs.

Deze rondzendbrieven zijn van toepassing sinds 16 februari 2009 en beogen een uniforme aanpak van drugsincidenten in de gevangenissen zowel op het niveau van het parket als op het niveau van de gevangenis.

Naast de reactieve aanpak wordt een beleid van preventie en behandeling gevoerd.

Voor de drugsprojecten van het Directoraat-generaal Penitentiaire inrichtingen werd in het voorbije jaar een globaal budget van 571 042 euro toegekend. Dat is een substantiële verhoging ten opzichte van de voorgaande jaren.

De focus lag vooral op de uitbreiding van de initiatieven rond drugsvrije afdelingen. Ook in 2010 zullen op dat vlak verdere inspanningen worden geleverd. Op die manier wil men ook zoveel mogelijk voorkomen dat gedetineerden net in de gevangenissen met drugsgebruik of het gebruik van nieuwe drugs beginnen.

In bepaalde gevangenissen lopen er al langdurige therapeutische programma's - bijvoorbeeld het B-Leave-project in Ruiselede - die een combinatie inhouden van arbeid op de boerderij, therapie en sport. Daarnaast wordt in Ruiselede terugvalpreventie georganiseerd aan de hand van groepsgesprekken en individuele gesprekken en sociale en administratieve vaardigheidstraining.

In 2009 werd in deze gevangenis ook gestart met de concrete voorbereiding van een nieuwe volwaardige therapeutische gemeenschap met 16 plaatsen. De essentiële randvoorwaarden en vereiste middelen voor een therapeutische gemeenschap zijn al in kaart gebracht. De therapeutische gemeenschap moet worden gezien als laatste schakel in het proces naar reïntegratie in de samenleving. Deze nieuwe afdeling zal in 2010 opstarten.

Ook in de gevangenis te Verviers bestaat sinds 2007 een drugsvrije vleugel die nog verder wordt uitgebreid en dit jaar een bijkomende pretherapeutische sectie voor 10 gedetineerden krijgt.

In de gevangenis te Brugge werd in november 2009 eveneens een nieuwe drugsvrije afdeling geopend. Deze afdeling is gericht op langgestraften. Er werd hiervoor een aparte sectie voor 20 gedetineerden ingericht met een infrastructuur die een open regime mogelijk maakt en een maximale scheiding van de andere gedetineerden.

Daarnaast is in 2010 het aantal centrale aanmeldingspunten drugs, CAP's, uitgebreid. Tot begin 2009 hadden 5 gevangenissen in Vlaanderen een `centraal aanmeldingspunt' waartoe gedetineerden zich konden richten in het kader van een efficiëntere voorlichting en verwijzing naar drugshulpverlening. In 2009 werd een aanbestedingsdossier voorbereid. De realisatie ervan is voor 2010.

Ten slotte worden ook de opleidingsprogramma's voor de penitentiaire beambten rond drugsproblematiek verder uitgebreid en er wordt een voortgezette opleiding uitgewerkt die meer gespecialiseerd is en meer gericht is op de begeleiding van drugsgebruikers.

De beambten krijgen instructies mee en communicatie-instrumenten voor de omgang met drugsgebruikers. Ze leren uiterlijke kenmerken van drugsgebruik te herkennen en worden vertrouwd gemaakt met de procedure van urinecontroles en de doelstellingen van de specifieke drugsprojecten.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Ik dank de staatssecretaris voor het uitgebreide antwoord, dat bijna een halve beleidsbrief is. Dat de minister denkt aan een structurele oplossing voor de financiering van de VAD maakt me bijzonder gelukkig. Ik hoop dat dat zo snel mogelijk in orde komt.