4-78

4-78

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 28 MAI 2009 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Louis Ide à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur «le fonds amiante» (nº 4-923)

M. le président. - M. Melchior Wathelet, secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et secrétaire d'État à la Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui concerne les aspects du droit des personnes et de la famille, adjoint au ministre de la Justice, répondra.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Ik stelde op gezette tijdstippen vragen over het Asbestfonds. Ik zag een gunstige evolutie.

Pas in december 2008 kwam het Asbestfonds echt op dreef. In oktober 2008 bevestigde de minister dat er betaling zou volgen voor niet-inwonende erfgenamen van slachtoffers die vroegtijdig het tijdelijke voor het eeuwige ruilden. Jammer dat dit niet met terugwerkende kracht kan. In december 2008 waren er 1766 beslissingen getroffen waarvan 1211 positief en 555 negatief. Er waren 593 dossiers in behandeling. Toch dragen we nu nog altijd de gevolgen van de trage werking van het Asbestfonds.

In maart 2008 werd een mesothelioom vastgesteld bij een patiënt wiens familie onlangs contact met mij opnam. De familie diende onmiddellijk alle noodzakelijke aanvragen in. Alles leek in orde. Het was enkel nog wachten op de goedkeuring van een commissie, die later die week zou volgen. Een maand later kreeg de familie te horen dat de commissie niet was samengekomen, omdat er niet genoeg gevallen waren om te behandelen. Toen kwam de vakantie eraan ... Die persoon is gestorven in september 2008, nadat zijn familie er alles aan had gedaan om de laatste levensmaanden zo aangenaam mogelijk te maken. Tot op dat moment was er geen oordeel over het ingediende dossier. Toen het overlijden werd gemeld, was er wel plaats voor een snel antwoord: de nabestaanden zouden de begrafeniskosten niet moeten dragen, maar hadden wel geen recht meer op de maandelijkse vergoedingen. Indien ze niet akkoord gingen, konden ze dit voor de arbeidsrechtbank aanvechten. Dat laatste hebben ze dan ook gedaan.

Door de aard van de ziekte vonden de betrokkenen immers dat ze recht hadden op de vergoedingen, die ze niet kregen door de nalatigheid van het Asbestfonds. De eerste zitting op de arbeidsrechtbank kon trouwens niet doorgaan, omdat het Asbestfonds gemeld had dat het niet aanwezig zou zijn ...

Zoiets moet als nabestaande bijzonder moeilijk te verkroppen zijn. Daarbij komt nog dat het Asbestfonds wel snel moet werken, want na de vaststelling van mesothelioom bedraagt de gemiddelde levensverwachting nog zes à negen maanden. Indien het Asbestfonds een zaak niet binnen zes maanden kan afhandelen, zal dit verhaal niet het laatste van deze aard zijn.

Wat vindt de minister van deze situatie? Dit is toch niet menselijk? Het is goed dat deze slachtoffers naar de rechtbank kunnen en willen stappen, maar vindt zij niet dat dit vermeden moet worden? Deze ellende moet toch op een zo humaan mogelijke manier opgelost worden en niet voor een rechtbank? Vindt zij dit een empathische houding van het Asbestfonds?

Waarom was het Asbestfonds niet aanwezig op die bewuste eerste zitting van de rechtbank?

Zijn er nog dergelijke gevallen? Zijn er nog mensen naar de rechtbank getrokken en zo ja, hoeveel?

Volgens welke regelgeving kunnen begrafeniskosten terugbetaald worden, maar andere vergoedingen niet?

Wat denkt zij van het feit dat er zes à zeven maanden moet worden gewacht op een uitspraak, terwijl patiënten dan meestal al overleden zijn?

Ik stelde in het verleden al enkele vragen over de terugwerkende kracht van de vergoedingen, ook voor de nabestaanden, maar kreeg daarop geen antwoord. Is dit verhaal niet het mooiste bewijs dat zo'n regeling dringend nodig is?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

Ik geloof niet dat het onmenselijk is de betrokkenen de mogelijkheid te geven om een beslissing van een bestuur bij de bevoegde rechtbank aan te vechten. Het aantal beroepen tegen beslissingen van het FBZ is zeer beperkt, tot nog toe maar een tiental.

De heer Ide verwijst naar een bepaald geval. Ik zal zelf een antwoord geven aan de betrokkenen betreffende alle details van deze zaak en de juridische procedure. Niettemin kan ik bevestigen dat de mesothelioomcommissie sinds haar oprichting één keer per maand vergadert en nooit een vergadering heeft afgelast omdat er te weinig dossiers te behandelen waren.

De vergoeding voor de begrafeniskosten en overbrengingskosten aan de personen die ze hebben betaald, gebeurde op basis van de gecoördineerde wetten op de beroepsziekten.

Een persoon kan immers zowel erkend worden in het kader van de reglementering van de beroepsziekten als in het kader van de AFA-reglementering.

De duur van de procedure moet inderdaad zoveel mogelijk worden gereduceerd. Daarom win ik ook regelmatig inlichtingen in bij het FBZ om na te gaan of er vooruitgang geboekt wordt inzake de behandelingstermijnen van AFA-aanvragen.

Voor de vraag inzake de retroactiviteit verwijs ik verwijzen naar het antwoord op vraag 4-781.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Het siert minister Onkelinx dat ze persoonlijk contact zal opnemen met de betrokken nabestaanden. Ik denk dat het in dergelijke gevallen zeer belangrijk is de problemen menselijk te benaderen en te vermijden dat personen naar de rechtbank moeten stappen.

Slechts een tiental personen heeft een rechtszaak aangespannen, maar de drempel daarvoor is zeer hoog. Ik blijf erbij dat een humaan beleid nodig is en dat er snel moet gehandeld worden, want deze patiënten hebben meestal maar zes of negen maanden meer te leven.

Wat de retroactiviteit betreft, verschillen we wel van mening. Ik vind dat terugwerking mogelijk moet zijn tot het tijdstip van de oprichting van het Asbestfonds.

(M. Armand De Decker, président, prend place au fauteuil présidentiel.)