4-77

4-77

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 14 MAI 2009 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Louis Ide à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur «le manque de médecins urgentistes» (nº 4-898)

M. le président. - M. Etienne Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre, répondra.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Op 29 januari heb ik hier een vraag gesteld over het Brevet Acute Geneeskunde (BAG). Artsen die dit brevet halen, worden ingezet op de spoeddienst en vervullen een zeer belangrijke rol in de poortfunctie van de spoeddiensten.

Ik citeer even uit het antwoord dat mevrouw Onkelinx toen heeft gegeven: `Artikel 6, §3, van hoofdstuk V, Criteria voor de erkenning van de stagediensten, bepaalt dat het brevet in de acute geneeskunde na 1 januari 2008 niet meer wordt toegekend, behalve aan de erkende huisartsen en de artsen die niet als huisarts erkend zijn, op voorwaarde dat ze vóór die datum aan de opleiding zijn begonnen.'

Dit komt de facto neer op een afschaffing van de opleiding. Aangezien ook de instroom in langdurige opleidingen tot urgentiearts te klein is, waarschuwde ik toen al voor een tekort aan spoedartsen, zoals blijkt uit de volgende passage van mijn repliek: `Ik ben niet tevreden met de visie van de minister en vrees dat we binnen de kortste keren met een tekort op de spoeddiensten zullen worden geconfronteerd. Niet iedere arts die zich begint te specialiseren heeft belangstelling voor de supergespecialiseerde opleiding spoedarts. Ik voorspel hier nu al dat men over enkele jaren plots zal vaststellen dat de spoeddiensten niet meer georganiseerd zullen kunnen worden wegens een tekort aan gekwalificeerde artsen die met spoedeisende hulp kunnen omgaan.'

Mijn voorspelling lijkt uit te komen, want op 29 april trok de beroepsvereniging voor spoedartsen, BeCEP, aan de alarmbel. De beroepsorganisatie stelt dat een tekort van 1400 artsen dreigt. BeCEP legt daarmee de vinger op de zere plek en vertelt exact hetzelfde als ik enkele weken geleden.

Ondertusóen lees ik in een document van de Nationale Raad voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening dat het brevet in Vlaanderen niet meer zal worden uitgereikt. In Wallonië zal het echter wel nog worden uitgereikt aan huisartsen.

Hoe verklaart de minister dit verschil? Uit cijfers van dezelfde nota blijkt immers dat er op 1 september 2009 in Vlaanderen 600 houders van een BAG zullen zijn, tegenover 422 in Franstalig België. Het brevet lijkt op het eerste gezicht dus populairder te zijn in Vlaanderen. Als die trend zich voortzet, zal het tekort dus nijpender zijn in Vlaanderen dan in Wallonië.

De herinvoering van het Brevet Acute Geneeskunde kan een oplossing zijn. Ik ben niet de enige die dit vraagt. De hele sector is vragende partij. Heel wat jonge medici die mij benaderen, zijn vragende partij. Pas afgestudeerde artsen kunnen door hun functie als gebrevetteerde spoedarts namelijk een pak ervaring opdoen, stressbestendigheid verwerven en een aardige cent verdienen als ze bijvoorbeeld wat later als huisarts aan de slag gaan.

Waarom wordt het BAG in stand gehouden in Wallonië? Is dat werkelijk zo of heeft de beroepsvereniging me verkeerd ingelicht? Als dit brevet nog behaald kan worden in Wallonië, waarom dan niet in Vlaanderen? Hoe verklaart de minister dat?

In de veronderstelling dat de minister geen brevetten voor het hele grondgebied meer zal uitreiken, hoe denkt ze dan een mogelijk tekort op te vangen? Wie zal de poortdunctie in de spoeddienst opvangen, wetende dat de huisartsenwachtposten er niet voor zorgen dat er spectaculair veel minder patiënten naar de spoed komen?

Zou de minister niet kunnen overwegen de opleiding voor het brevet alsnog opnieuw toe te laten en, zo nodig, de opleiding bij te schaven met het oog op de concrete eindtermen - bijvoorbeeld X aantal intubaties, Y aantal reanimaties, Z aantal interventie - teneinde gedegen gebrevetteerde artsen aan de poort van de spoed te plaatsen, onder supervisie van een urgentiearts en een tekort bij de spoedartsen te voorkomen?

De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

Ik herinner aan wat ik in januari 2009 heb gezegd.

In hoofdstuk V, criteria voor de erkenning van de stagediensten, artikel 6, §3, staat dat het brevet acute geneeskunde (BAG) vanaf 1 januari 2008 alleen nog verleend wordt aan erkende huisartsen en aan artsen die niet als huisartsen zijn erkend, op voorwaarde dat ze vóór die datum aan hun opleiding zijn begonnen.

Dat betekent dus dat het brevet acute geneeskunde verdwijnt of dat de BAG-opleiding wordt afgeschaft. Die blijft toegankelijk voor de artsen die aan voormelde criteria voldoen, voor zover de opleiding door de universiteiten wordt verzekerd. De beslissing om een BAG-opleiding te geven, hangt af van de universiteiten en dus van de Gemeenschappen.

Het blijkt echter dat de Vlaamse universiteiten, om een meer homogene opleiding van de spoedartsen te garanderen en om geen spoedartsen meer op te leiden uit de quota van de huisartsen, besloten hebben om geen BAG-opleiding meer voor te stellen.

De Franstalige universiteiten gaan wel door met de BAG-opleiding voor de erkende huisartsen die hun competenties willen verhogen bij de opvang van acute gevallen.

In verband met het tekort aan spoedartsen, nam ik al een aantal maatregelen. Ik heb vorig jaar, in het kader van de numerus clausus, een quotum voorgesteld voor de opleiding van minimaal vijf specialisten in dringende geneeskundige hulpverlening (DGH) per jaar. Ik heb ook een besluit laten publiceren dat voor een periode van 4 jaar de overgangsmaatregelen verlengt die het de andere specialisten of kandidaat-specialisten mogelijk maken de permanenties bij de spoeddiensten te verzorgen.

Ik heb de Planningcommissie gevraagd een analyse te maken van de problematiek betreffende het tekort aan spoedartsen en aanbevelingen te formuleren. De werkgroep `Artsen' van de Commissie heeft het dossier bekeken tijdens haar vergadering van 7 april 2009 en meer bepaald het advies dat de Nationale Raad voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening hierover recentelijk heeft gegeven. Ook dokter Stroobants was op die vergadering uitgenodigd.

De conclusies van de werkgroep zullen worden bekrachtigd in de plenaire zitting van de Planningcommissie begin juni en zullen daarna aan mij worden overhandigd.

Ik zal dan de mogelijkheid bestuderen om, naar analogie met de andere specialiteiten waar een tekort is, het aantal artsen te verhogen dat toegelaten wordt tot de specialisatie in urgentiegeneeskunde.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Uit het antwoord blijkt duidelijk dat de minister de bal in het kamp van de universiteiten legt. Ik kan jammer genoeg momenteel niet vragen aan een collega van het Vlaams parlement om die vraag te stellen aan de Vlaamse minister van onderwijs Vandenbroucke. Ik zal de universiteiten aanschrijven om hen een woordje uitleg te vragen want ik vind het vreemd dat de opleiding in Vlaanderen wordt afgeschaft en in Wallonië niet. Het is een beetje Kafkaiaans dat ik de Vlaamse huisartsen die in een BAG geïnteresseerd zijn, naar een Franstalige universiteit moet verwijzen.

(M. Hugo Vandenberghe, premier vice-président, prend place au fauteuil présidentiel.)