Enkele nieuwigheden in de institutionele wetgeving

9/7/2019

Met de vernieuwing van de diverse parlementen van ons land en het aantreden van nieuwe regeringen treden enkele gewijzigde wetsbepalingen in werking. Enerzijds zijn er nieuwe regels inzake de cumulatie van mandaten en de cumulatie van publieke vergoedingen voor alle parlementsleden en anderzijds is er een nieuwe regeling met het oog op een gewaarborgde evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in de Waalse regering.

Nieuwe regels inzake de cumulatie van mandaten en de cumulatie van publieke vergoedingen

Voortbouwend op enkele aanbevelingen van de werkgroep ‘politieke vernieuwing’ in de Kamer van volksvertegenwoordigers werden vier artikelen gewijzigd:

Deze artikelen bepaalden reeds dat de vergoeding die parlementsleden ontvangen voor de uitoefening van openbare mandaten naast hun parlementair mandaat de helft van de parlementaire basisvergoeding niet mag overschrijden. Dit is de zogenaamde 150%-regel: parlementsleden kunnen nooit een totale vergoeding ontvangen die meer bedraagt dan  150% van de parlementaire basisvergoeding.

De nieuwe regels inzake de cumulatie van mandaten strekken ertoe de vergoedingen die parlementsleden ontvangen voor de uitoefening van een bijzondere functie binnen een parlementaire assemblee mee in aanmerking te nemen voor de berekening van de totale vergoeding. Die bijzondere functies zijn functies in de parlementen die recht kunnen geven op een bijkomende vergoeding, zoals voorzitter van een commissie of een fractie, of secretaris. Het voorzitterschap van een parlement is ook een bijzondere functie, maar valt niet onder de wettelijke regeling. De regels voor de voorzitter worden bepaald in de reglementen van de respectieve parlementen.

De nieuwe regels inzake de cumulatie van publieke vergoedingen strekken ertoe te verduidelijken welke vergoedingen zonder twijfel onder de 150%-regel vallen. Het gaat onder meer om de vergoedingen rechtstreeks of onrechtstreeks ontvangen ingevolge de uitoefening van functies in raden van bestuur, de adviesraden en de directiecomités:

(a) van de intercommunale en interprovinciale verenigingen,

(b) van de rechtspersonen waarop de overheid of verschillende overheden samen rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed uitoefenen en

(c) van rechtspersonen waarin het parlementslid door een beslissing van een overheid deel uitmaakt van de raad van bestuur, de adviesraad of het directiecomité.

De nieuwe regelingen gelden voor senatoren en leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers (artikel 1quinquies van de wet van 6 augustus 1931), voor leden van het Vlaams Parlement, het Waals Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap (artikel 31ter, § 1bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980), leden van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement (artikel 25, § 1bis, van de bijzondere wet van 12 januari 1989) en leden van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap (artikel 14bis van de wet van 31 december 1983). Ze zijn in werking getreden bij de algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, meer bepaald op 26 en 27 mei 2019.

Nieuwe regeling met het oog op een gewaarborgde evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in de Waalse regering

De oude artikelen 60, § 1, en 64, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen bepaalden reeds dat de Waalse regering moest zijn samengesteld uit personen van verschillend geslacht.

Het bijzonder decreet van het Waals Gewest van 2 mei 2019 tot wijziging van de artikelen 60 en 64 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen met het oog op een gewaarborgde evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in de Waalse Regering stelt deze regel scherper. Voortaan moet de Waalse regering voor minstens één derde zijn samengesteld uit leden van hetzelfde geslacht, dus minstens één derde  vrouwen en één derde mannen.

De nieuwe regeling treedt in werking bij de installatie van de nieuwe Waalse regering.